Mijn Energie VanOns

Kies jouw type energiecontract Regulier Dynamische energie
Nieuws • 09 januari 2026

Adviestarieven SCE 2026 en wijzigingen in de regeling bekend

Artikel van Energie Samen

Het kabinet is voornemens de Subsidieregeling Coöperatieve Energieopwekking (SCE) in 2026 open te stellen van 2 maart tot en met 1 oktober 2026, met een openstellingsbudget van € 78 miljoen.

Binnen deze openstellingsronde voert het kabinet verschillende verbeteringen door in de SCE. De in dit artikel genoemde tarieven zijn de door het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) geadviseerde basisbedragen. De definitieve basisbedragen worden vastgelegd in het openstellingsbesluit van de SCE 2026.

De subsidieparameters voor de SCE 2026 zijn hiermee in hoofdlijnen bekend. Voor zon- en windprojecten worden de basisbedragen verhoogd en bevat de regeling een aantal belangrijke inhoudelijke verbeteringen die voortkomen uit signalen uit de praktijk.
Advies basisbedragen SCE 2026

Het basisbedrag is het bedrag per geproduceerde kWh dat nodig is om een productie-installatie rendabel te maken. In onderstaande tabel zijn per categorie het geadviseerde basisbedrag, het maximum aantal vollasturen, de basiselektriciteitsprijs en het voorlopige correctiebedrag voor 2026 opgenomen.

Tabel: Subsidieparameters SCE 2026

Omschrijving categorie Basisbedrag (€ / kWh) Max. vollasturen Basiselektriciteitsprijs (€ / kWh) Voorlopig correctiebedrag 2026 (€ / kWh) 
Zon-pv 15–100 kWp op kva 0,149 900 0,035 0,070 
Zon-pv 15–100 kWp, zwak dak (kva) 0,155 900 0,035 0,070 
Zon-pv 15 kWp–1 MWp (gva) 0,140 730 0,047 0,075 
Zon-pv 15 kWp–1 MWp, zwak dak (gva) 0,147 730 0,047 0,075 
Zon-pv gebouwgebonden 1–6 MWp (gva) 0,111 730 0,047 0,075 
Zon-pv gebouwgebonden 1–6 MWp, zwak dak 0,116 730 0,047 0,075 
Zon-pv grondgebonden 1–6 MWp 0,106 740 0,047 0,075 
Zon-pv drijvend op water 500 kWp–6 MWp 0,114 740 0,047 0,075 
Zon-pv drijvend natuurinclusief 500 kWp–6 MWp 0,117 740 0,047 0,075 
Windenergie 15 kW op kva 0,187 2140 0,038 0,082 
Windenergie 1 MW – 8,00–8,50 m/s 0,146 2070 0,038 0,082 
Windenergie 1 MW – 7,50–8,00 m/s 0,168 1760 0,038 0,082 
Windenergie 1 MW – 7,00–7,50 m/s 0,180 1630 0,038 0,082 
Windenergie 1 MW – 6,75–7,00 m/s 0,193 1500 0,038 0,082 
Windenergie 1 MW – < 6,75 m/s 0,208 1380 0,038 0,082 
Windenergie tot 6 MW – 8,00–8,50 m/s 0,069 3300 0,038 0,082 
Windenergie tot 6 MW – 7,50–8,00 m/s 0,076 2950 0,038 0,082 
Windenergie tot 6 MW – 7,00–7,50 m/s 0,082 2660 0,038 0,082 
Windenergie tot 6 MW – 6,75–7,00 m/s 0,088 2450 0,038 0,082 
Windenergie tot 6 MW – < 6,75 m/s 0,094 2280 0,038 0,082 
Waterkracht 15 kW–1 MW 0,177 5000 0,050 0,091 

Het volledige advies van het PBL is te vinden via deze link: Advies Subsidieregeling Coöperatieve Energieopwekking 2026

De 6 belangrijkste wijzigingen in de SCE 2026

  1. Verruiming categoriegrens kleinschalige zon-PV op grootverbruikersaansluiting

Het PBL adviseert op basis van de marktconsultatie voor 2026 een verruiming van de categorieën voor kleinschalige zon-PV op een grootverbruikersaansluiting (gva). De bovengrens wordt verhoogd van 500 kWp naar 1 MWp. De huidige grens van 500 kWp werd in de praktijk als beperkend ervaren, waardoor grotere projecten vaak in meerdere delen en over meerdere jaren werden gerealiseerd om binnen deze categorie te blijven.

Het kabinet vindt verruiming wenselijk, omdat projecten tot 1 MWp nog steeds als relatief kleinschalig worden beschouwd en omdat deze aanpassing naar verwachting bijdraagt aan een effectievere stimulering van dergelijke projecten. In samenhang hiermee wordt de eis om bij de aanvraag een ‘verklaring geschiktheid dak of gevel’ mee te sturen voortaan van toepassing op projecten tot 1 MWp (in plaats van tot 500 kWp). De verplichting om een dakconstructieverklaring door een constructeur te laten opstellen, die gold voor projecten vanaf 500 kWp, geldt voortaan voor projecten vanaf 1 MWp.

  1. Zon-PV op zwakke daken

Het kabinet heeft het PBL gevraagd te onderzoeken in hoeverre binnen de SCE behoefte bestaat aan subsidie voor zon-PV op zwakke daken. Met een dergelijke subsidie kunnen de extra kosten voor het versterken van de dakconstructie worden vergoed, die nodig zijn om zonnepanelen te kunnen plaatsen. Steun voor zon-PV op zwakke daken is al opgenomen in de SDE++.

Voor alle categorieën zon-op-dakprojecten adviseert het PBL, op basis van de marktconsultatie, om deze vorm van ondersteuning ook aan de SCE toe te voegen. Het kabinet neemt dit advies over.

  1. Geen beperking meer op eigen verbruik bij zon-PV op kleinverbruikersaansluiting (vanaf 2027)

Tot nu toe gold bij de categorie zon-PV op een kleinverbruikersaansluiting (kva) de eis dat 100% van de opgewekte elektriciteit aan het net moest worden geleverd. Deze eis was bedoeld om overcompensatie te voorkomen in combinatie met de salderingsregeling. Aangezien de salderingsregeling per 2027 wordt afgeschaft, heeft het kabinet het PBL gevraagd te adviseren over de gevolgen hiervan voor projecten.

Eigen verbruik van elektriciteit heeft een gunstig effect op het energiesysteem en kan bijdragen aan het verminderen van negatieve prijzen en het beperken van de impact van zonne-energie op netcongestie. Daarom wordt eigen verbruik vanaf 2027 toegestaan voor zowel bestaande als nieuwe installaties. Eigen verbruik komt echter niet in aanmerking voor subsidie bij projecten op een kleinverbruikersaansluiting, omdat kleinverbruikers door het gebruik van eigen stroom al voldoende kosten vermijden en er daardoor geen sprake is van een onrendabele top.

  1. Versoepeling eisen bij vervangende windmolens (repowering)

Het kabinet kiest ervoor om de eisen bij vervanging van een bestaande windmolen door een nieuwe windmolen op dezelfde locatie te versoepelen en gelijk te trekken met de SDE++. Tot nu toe gold dat de te vervangen windmolen minimaal 15 jaar in gebruik moest zijn én dat het vermogen van de vervangende windmolen minimaal 1 MW hoger moest liggen. Vanaf 2026 hoeft nog maar aan één van deze twee voorwaarden te worden voldaan.

  1. Waterkrachtprojecten niet langer in de SCE

Sinds de eerste openstelling van de SCE in 2021 zijn er geen waterkrachtprojecten ingediend. Uit de marktconsultatie van het PBL blijkt dat er ook richting 2026 geen concrete waterkrachtprojecten in voorbereiding zijn. Het kabinet besluit daarom om de categorie waterkracht niet langer open te stellen binnen de SCE. Mocht in de toekomst blijken dat er wel concrete projecten worden voorbereid, dan kan in een volgende openstellingsronde worden overwogen deze categorie opnieuw op te nemen.

  1. Onbalanskosten van het correctiebedrag naar het basisbedrag

Uit gesprekken met de Europese Commissie in het kader van de SDE++ is gebleken dat het niet is toegestaan om onbalanskosten van zon-PV en wind te vergoeden via het correctiebedrag. Dit geldt ook voor de SCE. Op grond van de Elektriciteitsmarktverordening dragen producenten – ook energiecoöperaties – zelf de volledige financiële verantwoordelijkheid voor onbalanskosten.

De onbalansfactor wordt daarom niet langer meegenomen in het correctiebedrag. Om tegemoet te komen aan deze kosten heeft het PBL een inschatting van de onbalanskosten verwerkt in het basisbedrag. Deze aanpassing geldt uitsluitend voor beschikkingen die vanaf 2026 worden afgegeven. Omdat hierdoor het basisbedrag voor sommige categorieën boven de bestaande aftoppingsgrens van € 0,15 per kWh uitkomt, wordt deze grens verhoogd naar € 0,157 per kWh, zodat projecten hier geen nadeel van ondervinden.

Lees meer in de Kamerbrief SCE-resultaten 2025 en openstelling 2026.